Vergunning en toezicht
Kinderopvangorganisaties moeten beschikken over een exploitatievergunning. Deze vergunning wordt afgegeven door het openbaar lichaam als de organisatie voldoet aan de wet- en regelgeving.
De Inspectie van het Onderwijs controleert of wordt voldaan aan de kwaliteitsregels voor de kinderopvang. Als de inspectie constateert dat een organisatie niet (meer) voldoet aan de voorwaarden, onderneemt zij actie.
Exploitatievergunning
Voor het starten van een kinderopvang is een exploitatievergunning verplicht. U moet deze vergunning schriftelijk aanvragen bij het openbaar lichaam, ter attentie van het Bestuurscollege. Dit moet ook als u gegevens in de vergunning wilt wijzigen.
- U moet de volgende informatie en documenten meesturen met de aanvraag:
- Een kopie van de vestigingsvergunning
- Als het een eenmanszaak is: naam, adres, telefoonnummer en een bewijs inschrijving bij de Kamer van Koophandel (niet ouder dan 3 maanden)
- Als het een rechtspersoon is: namen, adressen, geboortedata van de bestuurs-/directieleden, een kopie van de statuten, bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel (niet ouder dan drie maanden) en indien van toepassing, een kopie van het aandelenregister
- Bewijs van inschrijving in het bevolkingsregister van de aanvrager en medewerkers, en een afschrift van verblijfstitels en/of vergunningen
- Een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) van de aanvrager en beroepskrachten, niet ouder dan drie maanden
- Het maximum aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen per dagdeel
- Het maximum aantal beroepskrachten per dagdeel
- De openings- en sluitingstijden
- Het (voorgenomen) adres van de opvang
- Het pedagogisch en educatief beleidsplan van het kindercentrum
- Het stappenplan beschermingscode huiselijk geweld en kindermishandeling van het kindercentrum
- Het veiligheids- en gezondheidsbeleid van het kindercentrum
- Een plattegrond van de opvang (met afmetingen van de binnenruimtes en buitenruimte)
- Het betalingsbewijs voor de leges
- Het Bestuurscollege (BC) beslist of u de vergunning krijgt. Daarvoor vraagt het BC advies aan de kwaliteitscommissie. Ook vraagt het BC aan de inspectie of de kinderopvang aan de regels in de wet kan voldoen. De kwaliteitscommissie geeft een totaaladvies en het BC beslist.
- De aanvraagprocedure duurt meestal ongeveer twee maanden. Deze tijd gaat pas in als alle documenten zijn ingeleverd. Als er nog documenten ontbreken, krijgt de aanvrager vier weken om deze alsnog in te leveren. Pas als alles compleet is, kan de procedure officieel beginnen. Als de aanvrager niet binnen vier weken de benodigde documenten aanlevert, dan wordt de aanvraag niet behandeld.
- De aanvrager ontvangt een brief met informatie over de procedure.
- Als de aanvraag compleet is, vraagt het BC binnen twee weken advies aan de kwaliteitscommissie en de inspectie. Zij geven binnen vier weken advies.
- Daarna neemt het BC binnen twee weken een beslissing.
- Soms is er meer tijd nodig. Dan kan deze termijn één keer verlengd worden met maximaal twee weken. De aanvrager wordt hierover geïnformeerd.
- Een vergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd.
- De vergunning is voor een specifieke persoon of organisatie en geldt alleen voor de locatie waarvoor deze is aangevraagd.
- De vergunning kan niet worden overgedragen. Als de naam op de vergunning verandert, moet dit schriftelijk worden gemeld aan het openbaar lichaam.
- Het voorblad van de vergunning moet goed zichtbaar op de locatie worden opgehangen. Hierop staan de naam en het adres van de vergunninghouder en de directie, de soort kinderopvang en het maximale aantal kinderen (met de leeftijd) dat opgevangen kan worden.
Het toezicht
De Inspectie van het Onderwijs en ambtenaren van het openbaar lichaam (de lokale inspectie) houden samen toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang. De Inspectie van het Onderwijs is eindverantwoordelijk voor dit toezicht. In de eerste jaren na het ingaan van de wet voert de inspectie vooral stimulerend toezicht uit. Dat betekent dat de inspectie wil helpen om de kwaliteit van de opvang te verbeteren door te controleren of de kwaliteit van de kinderopvang voldoende is.
- De Inspectie van het Onderwijs en de lokale inspectie onderzoeken elk jaar alle kinderopvanglocaties. Ze kijken of de opvang voldoet aan alle regels in de wet- en regelgeving. Ze gebruiken hiervoor een speciaal overzicht met punten om op te letten (waarderingskader).
- Een inspectiebezoek kan van tevoren worden aangekondigd, maar het kan ook onverwachts zijn. De inspectie kijkt niet alleen naar de documenten, maar komt ook in de groepen kijken. Ze praten met het bestuur, het management en de medewerkers. Soms spreken ze ook met kinderen en ouders.
- De inspectie schrijft na het onderzoek een rapport met de uitkomsten en eventuele (herstel)opdrachten om dingen te verbeteren.
- De houder of gastouder krijgt eerst een conceptversie van het rapport. Als er fouten in staan, mag de houder of gastouder binnen twee weken reageren – schriftelijk of mondeling.
- Ook kan de houder of gastouder (tussen het concept en het definitieve rapport) de ontbrekende documenten alsnog insturen om aan de gestelde eisen te voldoen. De inspectie kan het rapport (en een oordeel) dan eventueel aanpassen.
- Daarna wordt het rapport definitief gemaakt en op de website van de Inspectie van het Onderwijs geplaatst. De houder of gastouder kan nog wel een mening (zienswijze) geven op het eindrapport en deze wordt dan toegevoegd aan het rapport.
- Naast het gewone jaarlijkse onderzoek kan de inspectie ook extra onderzoek doen:
- Nader onderzoek als de opvang iets moest verbeteren. De inspectie kijkt dan of dat voldoende is gedaan.
- Incidenteel onderzoek als er klachten of zorgen zijn, bijvoorbeeld van ouders, die een risico kunnen vormen voor kinderen. De inspectie onderzoekt dan of de opvang op 1 of meerdere kwaliteitsaspecten aan de regels voldoet.
Waarderingskader inspectie
In het waarderingskader van de Inspectie van het Onderwijs staat waar de inspectie op let tijdens een inspectiebezoek.
- Het waarderingskader heeft 4 onderdelen (kwaliteitsgebieden) met in totaal 32 kwaliteitsaspecten voor kindercentra en 26 voor gastouders.
- Bij elk onderdeel stelt de inspectie een centrale vraag. Om die vraag te beantwoorden, kijkt de inspectie naar regels uit de wet. De onderdelen zijn:
- Administratie, Personeel en Huisvesting (APH): voldoet de opvang aan de eisen op het gebied van administratie, personeel en huisvesting?
- Veiligheid, Gezondheid en Pedagogisch klimaat (VGP): is het veilig en gezond voor de kinderen?
- Kinderopvang en Spelend leren (KS): worden kinderen voldoende gestimuleerd in hun ontwikkeling?
- Kwaliteitszorg, Kwaliteitscultuur en Verantwoording (KKV): stuurt de leiding op het verbeteren van de kwaliteit?
- Als een kinderopvang voldoet aan de eisen die gelden voor een kwaliteitsaspect, dan krijgt de opvang hiervoor een voldoende. Dat wil zeggen dat de opvang voldoet aan de basiskwaliteit, dus aan alle wet- en regelgeving op het kwaliteitsaspect.
- De inspectie geeft een ‘goed’ als de kinderopvang voldoet aan de wettelijke eisen en daar bovenop ook nog eigen ambities realiseert op dat kwaliteitsaspect.
- Als een kinderopvang niet voldoet aan de eisen die gelden voor een kwaliteitsaspect:
- Krijgt de kinderopvang een ‘onvoldoende’ als het gaat om een kwaliteitsaspect in de kwaliteitsgebieden Administratie, Personeel en Huisvesting of Veiligheid, Gezondheid en Pedagogisch klimaat. De inspectie geeft dan een opdracht om het te verbeteren, met een duidelijke hersteltermijn. Als het om de veiligheid en gezondheid van kinderen en personeel gaat, moet het snel worden opgelost en zal de hersteltermijn kort zijn. De inspectie kom dan na de hersteltermijn terug om het te controleren.
- Spreekt de inspectie tot en met 2030 over een ‘verbeterpunt’ als het om een kwaliteitsaspect in de kwaliteitsgebieden Kinderopvang en Spelend leren of Kwaliteitszorg, Kwaliteitscultuur en Verantwoording gaat. De opvang krijgt dan maximaal een jaar om dit te verbeteren. De inspectie controleert dit bij het volgende jaarlijkse bezoek.
Handhaving
De inspectie kijkt naar wat voldoende is en wat beter kan en moet. De inspectie bespreekt dit tijdens het onderzoek, in het eindgesprek en schrijft dit op in het rapport.
- Als een kwaliteitsaspect onvoldoende is, maakt de inspectie afspraken met de opvang over wat er moet worden hersteld. De hersteltermijn is dan meestal minder dan een jaar. Bij een verbeterpunt is de hersteltermijn meestal een jaar.
- Als de opvang zich niet aan de wettelijke eisen houdt, de gemaakte afspraken niet nakomt of een herstelopdracht meerdere malen niet uitvoert, dan kan de inspectie strengere maatregelen nemen:
- een last onder dwangsom: als een organisatie de opdracht (opnieuw) niet uitvoert, moet ze geld betalen.
- een boete: als er sprake van steeds niet nakomen van de afspraken.
- tijdelijk sluiting: als er direct gevaar is voor de veiligheid of gezondheid van kinderen.
- advies om de vergunning in te trekken: als een kinderopvang de regels steeds opnieuw overtreedt, kan de inspectie het openbaar lichaam adviseren om de vergunning in te trekken.
Publicatie rapport
Het rapport wordt in de derde week nadat het is vastgesteld gepubliceerd op de website van de Inspectie van het Onderwijs: https://toezichtresultaten.onderwijsinspectie.nl/.
- In het rapport staat het volgende:
- De bevindingen, oordelen en waarderingen op alle kwaliteitsaspecten.
- Een algemeen beeld van hoe de opvang zich ontwikkelt en welke dingen in de omgeving invloed hebben op de kwaliteit (context).
- De opdrachten om te verbeteren en hoeveel tijd daarvoor is gegeven.
- Als de opvang een eigen reactie (zienswijze) heeft ingediend, staat die ook in het rapport.
- De opvang moet het rapport ook op de eigen website plaatsen of op een plek leggen waar ouders en medewerkers het makkelijk kunnen vinden.
- Iedereen die direct met de opvang te maken heeft (een belanghebbende) mag schriftelijk bezwaar maken tegen de publicatie. Dat moet binnen zes weken na de datum waarop het rapport is verstuurd.
Meer informatie over het toezicht op de kinderopvang in Caribisch Nederland is te vinden op de website van de Inspectie van het Onderwijs: www.onderwijsinspectie.nl/kinderopvangCN.
Heeft u vragen of wilt u iets melden over de kwaliteit van de kinderopvang? Dan kunt u een e-mail sturen naar de inspectie: kinderopvangcn@owinsp.nl.