Pedagogie en spelend leren
Een kinderopvang draagt in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van kinderen. Daarom gelden er regels om ervoor te zorgen dat het opvoedklimaat gunstig is en kinderen zich doorlopend en goed kunnen ontwikkelen.
Verantwoorde kinderopvang
Verantwoorde kinderopvang betekent dat:
- Kinderen zich veilig en prettig (emotioneel veilig) voelen op een gezonde en veilige plek.
- Kinderen persoonlijke vaardigheden en sociale vaardigheden leren.
- Persoonlijke vaardigheden zijn dingen die kinderen over zichzelf leren, zodat zij goed voor zichzelf kunnen zorgen, zelfvertrouwen krijgen en zelfstandig dingen kunnen doen.
- Sociale vaardigheden zijn dingen die kinderen leren om goed met anderen om te gaan, zoals samen spelen, praten, luisteren naar elkaar en elkaar helpen.
- Kinderen normen en waarden leren die in de samenleving belangrijk zijn, zoals respect, verantwoordelijkheid en zorgen voor elkaar.
- Kinderen op spelende wijze steeds beter leren omgaan met taal, rekenen, bewegen en sociaal-emotionele vaardigheden, en zich doorlopend blijven ontwikkelen. Daarvoor kijkt de kinderopvang goed wat een kind nodig heeft en wat past bij zijn of haar leeftijd.
- Kinderen spelen en leren in een taalrijke omgeving met veel positieve interacties tussen begeleiders en kinderen en tussen de kinderen onderling.
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat dit in de praktijk betekent voor een kinderopvang.
Pedagogisch en educatief beleid*
Elke kinderopvang moet een duidelijk plan hebben voor hoe zij met kinderen omgaan en hoe zij kinderen dingen leren. Dit heet het pedagogisch en educatief beleidsplan. Ouders moeten dit beleid kunnen inzien, en de opvang voert het beleid daadwerkelijk uit in de dagelijkse praktijk. In het beleidsplan van een kindercentrum staat onder andere:
- Hoe u zorgt voor goede en veilige kinderopvang.
- Hoe u opmerkt als er bijzonderheden zijn in de ontwikkeling van een kind of een kind problemen heeft, en hoe en wanneer u ouders doorverwijst naar hulp.
- Hoe u aan ouders laat weten wie de mentor van hun kind is, en hoe de mentor regelmatig met ouders praat over de ontwikkeling van het kind.
- Hoe de groepen zijn samengesteld qua grootte en leeftijden van de kinderen, en welke werkwijze daarbij past.
- Hoe nieuwe kinderen kunnen wennen aan een nieuwe groep.
- Hoe het dagprogramma en het activiteitenprogramma eruit zien.
- Wat de voertaal in het kindercentrum is.
- Aan welke doelen u werkt om de kwaliteit van de opvang te verbeteren met bijbehorende plannen en tijdsplanning. En hoe u de plannen evalueert.
- De taakverdeling binnen het team: wie doet wat, en wie is waarvoor verantwoordelijk.
- Hoe u samenwerkt met ouders om de ontwikkeling van het kind te stimuleren.
- In welke situaties u afwijkt van de normale inzet van personeel, en binnen welke regels of grenzen dit mag.
- Welke activiteiten u organiseert buiten de groep(ruimte) en hoe die worden georganiseerd.
- Wat de taken zijn van medewerkers op niveau 2, stagiaires, vrijwilligers en medewerkers in opleiding, en hoe zij worden begeleid.
Extra voor dagopvanglocaties:
- Hoe u voorkomt of helpt bij ontwikkel- en leerachterstanden.
- Hoe u de ontwikkeling van kinderen volgt en stimuleert, zodat zij een goede aansluiting hebben op de basisschool.
- Hoe u, met toestemming van de ouders, informatie over de ontwikkeling van het kind doorgeeft aan de basisschool.
Extra voor buitenschoolse opvanglocaties:
- Hoe u omgaat met de basisgroep als er activiteiten zijn met meer dan 30 kinderen.
* Ook gastouders zetten het pedagogisch en educatief beleid op papier. In dit document legt een gastouder uit hoe gezorgd wordt voor verantwoorde kinderopvang, onder andere:
- Hoe u zorgt dat kinderen zich veilig en prettig (emotioneel veilig) voelen.
- Hoe u de persoonlijke en sociale ontwikkeling van kinderen stimuleert.
- Hoe u kinderen op spelende wijze laat kennis maken met normen en waarden die algemeen gelden.
- Hoe u kinderen spelenderwijs en doelgericht stimuleert in taal, rekenen, bewegen en sociaal-emotionele vaardigheden, zodat ze zich goed blijven ontwikkelen.
Gastouders moeten het beleid ook evalueren en als dat nodig is aanpassen.
Emotionele veiligheid
In de kinderopvang is het belangrijk dat kinderen zich emotioneel veilig en geborgen voelen. Dat betekent dat ze zich op hun gemak voelen, zichzelf kunnen zijn en vertrouwen hebben in de mensen om hen heen. In de groep(en) betekent dit onder andere:
- U handelt sensitief en responsief. Dat wil zeggen dat u op een zorgzame en aandachtige manier met kinderen omgaat. U kijkt en luistert goed en u reageert op een positieve manier op hun signalen. U toont begrip voor hun gevoelens en biedt troost of steun wanneer dat nodig is.
- U bouwt een warme en stabiele band (een vertrouwde relatie) op met de kinderen, zodat zij zich veilig voelen bij u en weten wat ze aan u hebben.
- U biedt duidelijkheid en stelt als dat nodig is grenzen. Door structuur aan te brengen in de dag en in het gedrag, helpt u kinderen om zich veilig en zeker te voelen.
- Er heerst een ontspannen en open sfeer in de groep(en).
Overdracht van waarden en normen
In de kinderopvang maken kinderen op een open en spelende manier kennis met de normen en waarden die in onze samenleving belangrijk zijn, zoals respect, eerlijkheid, zorgzaamheid en verantwoordelijkheid. Zo leren zij respectvol met anderen omgaan en actief meedoen in de samenleving. In de groep(en) betekent dit onder andere:
- U zorgt ervoor dat afspraken, regels en omgangsvormen zichtbaar en herkenbaar zijn binnen de groep, en dat ze consequent worden toegepast.
- U laat de kinderen oefenen met samen verantwoordelijk zijn en u stimuleert respectvol gedrag naar elkaar toe.
- U vervult voor de kinderen een voorbeeldrol. Uw manier van praten en handelen laat zien wat respectvol, eerlijk en sociaal gedrag is.
Persoonlijke vaardigheden
In de kinderopvang worden kinderen op een speelse manier gestimuleerd in hun ontwikkeling. Zo worden ze stap voor stap zelfstandiger en leren zich aanpassen aan veranderingen. In de groep(en) betekent dit onder andere:
- U ondersteunt en begeleidt de ontwikkeling van (individuele) kinderen.
- U stimuleert de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de kinderen. Bijvoorbeeld door kinderen aan te moedigen om zelf dingen te doen, problemen op te lossen en verantwoordelijkheid te nemen.
- U heeft respect voor de autonomie van het kind en luistert naar de mening, ideeën en voorkeuren van kinderen. Hierdoor draagt u bij aan hun gevoel van eigenwaarde en hun zelfvertrouwen.
- In uw interactie met kinderen stimuleert u het zelfvertrouwen, bijvoorbeeld door het geven van positieve feedback, zodat kinderen vertrouwen krijgen in hun eigen kunnen.
Sociale vaardigheden
In de kinderopvang leren kinderen op een natuurlijke en speelse manier hoe ze met anderen omgaan. Ze ontwikkelen sociale kennis en vaardigheden die hen helpen om zelfstandig relaties aan te gaan en te onderhouden. In de groep(en betekent dit onder andere:
- U leert kinderen spelenderwijs hoe ze met anderen omgaan, samenwerken en rekening houden met elkaar. Bijvoorbeeld tijdens rollenspel, samen opruimen of bij het delen van speelgoed.
- U stimuleert de interactie tussen kinderen, bijvoorbeeld door aan te moedigen om met elkaar te communiceren en samen te spelen. Bij baby’s doet u dit door actief contact te maken, bijvoorbeeld met oogcontact, mimiek en door tegen hen te praten.
- U stimuleert dat kinderen elkaar helpen in de groep en u helpt hen om ruzies te voorkomen. Als er toch conflicten zijn, begeleidt u hen bij het zoeken naar een oplossing.
Dagritme en activiteitenprogramma
Een goed doordacht dagritme en een gevarieerd activiteitenaanbod zijn essentieel in de kinderopvang. Ze zorgen voor structuur én stimuleren de ontwikkeling van kinderen op een speelse manier. Dit betekent:
- Het dagritme kent herkenbare momenten zoals het brengen en halen van kinderen, samen spelen, eten, rusten en slapen. Deze structuur geeft kinderen houvast.
- Het activiteitenprogramma is gevarieerd en bevat diverse activiteiten met verschillende doelen:
- Ontwikkeling stimuleren: spelenderwijs wordt gewerkt aan de cognitieve, motorische, taal- en sociaal-emotionele ontwikkeling.
- Talenten ontdekken: kinderen doen ervaringen op met creatieve of sportieve activiteiten zoals muziek, toneel, sport of excursies in de natuur.
- Ontspanning: er is ruimte voor rust en relaxen.
- Een enkele activiteit kan meerdere ontwikkelingsdoelen ondersteunen. Belangrijk is dat het programma in balans en evenwichtig is. Dat wil zeggen dat geen enkele soort activiteit, zoals huiswerkbegeleiding, mag overheersen. Ook moet er balans zijn tussen vrije tijd , activiteiten met begeleiding en activiteiten die helemaal worden geleid.
- Het activiteitenprogramma sluit aan bij de leeftijd, interesses en ontwikkelingsniveau van de kinderen in de groep. Vaak wordt een activiteitenprogramma voor een langere periode, bijvoorbeeld een maand, gemaakt zodat alle ontwikkelingsgebieden aan bod kunnen komen en de activiteiten ook steeds een beetje moeilijker worden.
Programma voorschoolse educatie (dagopvang)*
In de dagopvang wordt gewerkt met een programma voor voorschoolse educatie. Dit programma is spelenderwijs opgezet en ondersteunt de ontwikkeling van jonge kinderen. Het voldoet aan de volgende eisen:
- Het programma stimuleert de ontwikkeling op een speelse, gestructureerde en samenhangende manier. Dit betekent dat de activiteiten een spelkarakter hebben en bewust gekozen en gepland worden.
- Het richt zich minimaal op taalvaardigheid, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
- Het programma houdt rekening met de Caribische leefomgeving en cultuur.
- De inhoud en de doelen sluiten aan bij de leeftijd en de ontwikkelingsfase van de kinderen.
- Het programma bereidt kinderen voor op een soepele overstap naar het basisonderwijs en helpt ontwikkel- en leerachterstanden voorkomen.
Aanbod gericht op ontwikkeling kind
Gastouders en bso’s hoeven geen programma voor voorschoolse educatie aan te bieden. Wel wordt ook van hen verwacht dat zij de ontwikkeling van kinderen spelenderwijs en doelgericht stimuleren op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Op een manier die past bij de leeftijd en ontwikkeling van de kinderen.
Inrichting van de ruimte
Een goed ingerichte binnen- en buitenruimte draagt direct bij aan het leren en de ontwikkeling van kinderen:
- De speelruimtes zijn aantrekkelijk ingericht met gevarieerde speelhoeken en materialen die uitnodigen tot spelen, ontdekken en leren. Ook is er ruimte om te rusten en chillen.
- De inrichting is afgestemd op de leeftijd en ontwikkelingsfase van de kinderen.
- De inrichting stimuleert taalontwikkeling, rekenen, motorische vaardigheden en sociaal-emotionele groei.
- De omgeving is taalrijk. De speelleeromgeving bevat volop mogelijkheden om met taal in aanraking te komen, zoals boeken, prenten, woordkaarten, schrijfmaterialen en labels op de materialen. Dit helpt kinderen om taal actief te gebruiken en verder te ontwikkelen.
Spelend leren
In de kinderopvang leren kinderen op een natuurlijke manier, door te spelen en te ontdekken. Een goede kinderopvang:
- Stimuleert spelenderwijs én doelgericht de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Dat wil zeggen:
- U stemt het activiteitenaanbod doelgericht af op de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van elk kind.
- U biedt activiteiten waarin kinderen al spelend en ontdekkend taal-, reken- motorische en sociaal-emotionele vaardigheden kunnen ontwikkelen.
- U begeleidt de kinderen door bijvoorbeeld vragen te stellen, mee te spelen en het spel nog leuker en leerzamer te maken voor kinderen.
- Biedt een taalrijke omgeving met positieve en hoogwaardige interacties met en tussen kinderen. Dat wil zeggen:
- U praat veel met de kinderen, gebruikt veel verschillende woorden en u stimuleert bewust de taalontwikkeling in uw interactie met kinderen en tussen kinderen onderling.
- U geeft positieve en stimulerende feedback die past bij het niveau van het kind, zodat kinderen aangemoedigd worden om steeds een stapje verder te komen.
- U prikkelt kinderen om zelf na te denken en verbanden te leggen, bijvoorbeeld door het stellen van open en prikkelende vragen of door interactief voorlezen.
- U stimuleert de interactie tussen kinderen en u stimuleert dat kinderen zelf praten, actief (nieuwe) woorden gebruiken en zinnen maken.
- U vertelt wat u aan het doen bent en u stimuleert kinderen om dit ook te doen.
- Heeft actieve en betrokken medewerkers en kinderen. Dat wil zeggen:
- U daagt kinderen uit door hen aan te moedigen om zelf te doen en ervaren.
- U doet zelf actief mee met de activiteiten en doet voor wat de bedoeling is. Hierdoor zijn ook de kinderen betrokken bij het spel.
- U geeft positieve begeleiding en doelgerichte uitleg in kleine stapjes ten behoeve van een doorlopend ontwikkelproces voor kinderen.
Volgen van de ontwikkeling
Binnen de kinderopvang wordt de ontwikkeling van elk kind gevolgd. Hierbij kijkt u naar meerdere ontwikkelingsgebieden:
- U volgt de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Dit stelt u in staat om het aanbod van activiteiten aan te passen aan de ontwikkelingsfase van het kind.
- U (mentor van een kind of gastouder) gaat regelmatig met ouders in gesprek om de voortgang en eventuele aandachtspunten in de ontwikkeling van het kind te bespreken.
Signaleren van bijzonderheden
De gegevens over de ontwikkeling van elk kind moeten periodiek worden vergeleken met wat normaal is voor een kind op die leeftijd. Zo kunt u zien of er iets opvalt in de ontwikkeling van het kind. Als u bijzonderheden signaleert:
- Overlegt de houder in een kindercentrum periodiek met de betrokken pedagogisch medewerkers over de signalen en het aanpassen van de begeleiding, bijvoorbeeld door inzet van kleine groepjes of individuele ondersteuning.
- Overlegt de houder/gastouder/betrokken medewerker(s) met een pedagogisch coach/expert op het gebied van pedagogische ondersteuning en advies via:
- Op Bonaire: Sentro Akseso
- Op Sint Eustatius: het openbaar lichaam, directie Sociaal Domein: Support BES(t) 4 kids en pedagoog bij The Rock.
- Op Saba: afdeling Community Development & Culture van het openbaar lichaam.
- Als het nodig is om informatie over een kind te delen met de organisatie die pedagogische ondersteuning en advies biedt, gelden hiervoor strikte voorwaarden:
- Ouders moeten schriftelijk toestemming geven.
- De kinderopvang en de ondersteunende organisatie moeten een verwerkersovereenkomst afsluiten. Hierin staan afspraken over hoe persoonsgegevens veilig worden uitgewisseld, opgeslagen en gebruikt.
- De uitkomsten en afspraken tijdens deze overleggen, legt u altijd vast in het dossier van het kind.
Overdracht kind naar de basisschool
Wanneer een kind de overstap maakt van de kinderopvang naar de basisschool, geeft een kinderopvang belangrijke informatie over de ontwikkeling van het kind aan de school. Dit helpt om de overgang naar school soepel te laten verlopen. Ouders moeten hier eerst toestemming voor geven.
- Als ouders ermee instemmen, vindt er bij de overgang een overdrachtsgesprek plaats tussen de kinderopvang en de basisschool. Dit noemen we een ‘warme’ overdracht. Indien mogelijk zijn ook de ouders hierbij aanwezig.
- De volgende informatie over de ontwikkeling van het kind mag een kinderopvang na schriftelijke toestemming van de ouder(s) delen met de school:
- Taalvaardigheid
- Rekenvaardigheid
- Motorische ontwikkeling
- Sociaal-emotionele ontwikkeling
Let op: Zonder de toestemming van de ouders mag de kinderopvang de gegevens niet aan de school geven. De school moet deze gegevens dan bij de ouder(s) opvragen.
Andere persoonlijke informatie, zoals over de gezondheid of thuissituatie, mag alléén door de ouders zelf met de school worden gedeeld.
- De kinderopvang moet de gedeelde gegevens twee jaar bewaren nadat het kind de opvang heeft verlaten. Daarna moeten de gegevens vernietigd worden.
- Belangrijk is dat de overdracht van gegevens veilig gebeurd:
- Gegevens mogen alleen gedeeld met personen die deze informatie nodig hebben, zoals de toekomstige leerkracht van het kind.
- Het versturen van de gegevens moet veilig gebeuren, bijvoorbeeld via een beveiligde verbinding of met een wachtwoord.
- De kinderopvang en de school moeten de gegevens van kinderen op een veilige plek bewaren en alleen toegankelijk maken voor bevoegde medewerkers.
Samenwerking
Om de ontwikkeling van kinderen optimaal te ondersteunen en een vloeiende overgang naar het basisonderwijs te bevorderen, werkt de kinderopvang actief samen met verschillende betrokkenen.
- Samenwerking met ouders: ouders spelen een centrale rol in de ontwikkeling van hun kind. De kinderopvang betrekt ouders daarom actief bij het leer- en ontwikkelproces. Dat wil zeggen dat er regelmatig overleg is over de voortgang, behoeften en begeleiding van het kind op de opvang en in de thuissituatie. Ouders worden, als dat nodig is, aangemoedigd om ook thuis te helpen bij het extra stimuleren van de ontwikkeling van hun kind. Bijvoorbeeld door (vaker) voor te lezen, te zingen en spelletjes te doen met hun kind.
- Samenwerking met lokale partners: zowel houders als gastouders werken samen met organisaties in de omgeving, zoals scholen en instellingen voor pedagogische ondersteuning en advies. Deze samenwerking is gericht op:
- Het vergroten van de deelname van kinderen aan de kinderopvang, zodat zoveel mogelijk kinderen toegang hebben tot een stimulerende leeromgeving.
- Het realiseren van een doorlopende ontwikkel- en leerlijn van kinderopvang naar het basisonderwijs, zodat de overstap voor kinderen soepel verloopt.
Om deze samenwerking te versterken nemen kinderopvangorganisaties minimaal twee keer per jaar deel aan eilandelijke overleggen met lokale partners.