Huisvesting en ruimtes
De binnen- en buitenruimtes van een kinderopvang moeten veilig, toegankelijk en passend ingericht zijn voor het aantal kinderen en hun leeftijden. Zo let de inspectie bijvoorbeeld op of er geen gevaarlijke voorwerpen zijn, of stopcontacten in ruimtes voor jonge kinderen zijn afgedekt en of er binnen ook wordt schoongemaakt. Daarnaast gelden een aantal specifieke regels voor de binnen- en buitenruimtes.
Binnenruimte*
- Een dagopvang moet in totaal minstens 3 vierkante meter speelruimte per aanwezig kind hebben.
- Een buitenschoolse opvang moet tot 1 januari 2031 minstens 2,5 vierkante meter speelruimte per kind hebben (vanaf 2031 wordt dit 3 vierkante meter).
- Elke vaste groep kinderen in de dagopvang (stamgroep) heeft een eigen groepsruimte.
- Als er een andere ruimte als speelruimte is ingericht, dan wordt deze ruimte evenredig verdeeld over de groepen en meegerekend bij het totaal aantal vierkante meter binnenruimte.
- Baby’s tot 1,5 jaar hebben een aparte slaapruimte met voldoende vaste bedden voor het aantal baby’s en goede ventilatie. Kinderen ouder dan 1,5 jaar moeten ook ruimte hebben om te rusten, maar dat kan ook in een andere ruimte zijn, met gebruik van stretchers.
- Een slaapruimte telt alleen mee als speelruimte als er geen vaste bedden staan en kinderen er ook echt kunnen spelen.
- De binnenruimte moet goed geventileerd zijn, zodat de lucht gezond blijft.
*Voor gastouders geldt dat de binnenruimtes veilig, toegankelijk en passend ingericht zijn voor het aantal en de leeftijd van de kinderen. Daarnaast geldt:
- Binnenruimtes moeten goed geventileerd zijn en gezonde lucht hebben.
- Er moet genoeg ruimte zijn om te spelen en te slapen. Voor kinderen tot 1,5 jaar is een aparte slaapruimte nodig.
Buitenruimte*
- De opvang moet minimaal 3 vierkante meter buitenspeelruimte per aanwezig kind hebben. Dit geldt zowel in de dagopvang als buitenschoolse opvang.
- De buitenspeelruimte is schaduwrijk en grenst aan het gebouw van de kinderopvang.
- Als de buitenruimte niet direct naast het gebouw ligt, moet deze dichtbij zijn, veilig en makkelijk te bereiken voor de kinderen.
*Voor gastouders geldt dat de buitenruimte veilig, toegankelijk en passend ingericht moet zijn voor het aantal en de leeftijd van de kinderen. Ook moeten er voldoende speelmogelijkheden zijn, passend bij de leeftijd en het aantal kinderen.
Porches*
- Een porch of patio mag meetellen als binnenspeelruimte, tot maximaal 18 vierkante meter, als die:
- direct aan het gebouw vastzit,
- stevig is gebouwd en een harde vloer heeft (dus geen gras of zand),
- omheind en overdekt is.
- Voldoet de porch niet aan deze regels, maar wel aan de regels voor buitenruimte? Dan telt hij als buitenspeelruimte.
- Een porch mag geen aparte groepsruimte zijn. De porch mag alleen gebruikt worden als uitbreiding van een binnenruimte voor een groep.
Inrichting van de ruimte
Een goed ingerichte binnen- en buitenruimte draagt direct bij aan het leren en de ontwikkeling van kinderen:
- De speelruimtes zijn aantrekkelijk ingericht met gevarieerde speelhoeken en materialen die uitnodigen tot spelen, ontdekken en leren. Ook is er ruimte om te rusten en chillen.
- De inrichting is afgestemd op de leeftijd en ontwikkelingsfase van de kinderen.
- De inrichting stimuleert taalontwikkeling, rekenen, motorische vaardigheden en sociaal-emotionele groei.
- De omgeving is taalrijk. De speelleeromgeving bevat volop mogelijkheden om met taal in aanraking te komen, zoals boeken, prenten, woordkaarten, schrijfmaterialen en labels op de materialen. Dit helpt kinderen om taal actief te gebruiken en verder te ontwikkelen.